De kleine dingen

Ik ben een paar keer opnieuw begonnen met deze column. Telkens lees ik mijn verhaal terug en zie ik dat ik schrijf alsof ik van een afstandje toekijk, alsof het niet over mijn leven gaat, niet over mijn kind gaat. De woorden staan mooier op papier dan dat ze in mijn hoofd zijn. In mijn hoofd ratelen emoties door elkaar heen, maar ze vangen in een verhaal vind ik moeilijk.

Waar begin je? Jasmijn was de eerste maanden onuitstaanbaar en dat klinkt hard, keihard voor een moeder die het allerliefste haar kindje wiegend in haar armen in slaap had willen sussen. Haar liefdevol de fles had willen geven en met haar had willen pronken. “Kijk! Dit is ons tweede wereldwonder”. Maar het was niet zo, Jasmijn huilde zo hard en schel, dat ik haar op de kraamafdeling aan het einde van de gang herkende. Ze wilde niet getroost worden, balde haar vuistjes tot witte knokkels aan toe en hield ze gespannen tegen de zijkant van haar hoofdje. Drinken deed ze slecht of niet, ze krijste als de speen haar lippen raakte. Wat er in kwam, kwam er vaak net zo hard weer uit. Maar nee, we waren overbezorgde ouders, ‘na drie maanden is dat over’, riepen de artsen.

Helaas kwam de hel toen ze drie maanden was, één dag voor de tweede verjaardag van Eline werd ze opgenomen, ter observatie…om ons te ontzien. Pff, na een week was het duidelijk dat er veel meer met Jasmijn aan de hand was dan dat. Ondanks dat we “blij” waren dat wij niet gek waren, waren we ontroostbaar. Ons meisje, hoe kan dit, er werd toch getest met de hielprik, hoezo een stofwisselingsziekte, epilepsie, we zien toch niks aan haar, wat, hoe…..gek werden we. Nu wisten we iets, maar eigenlijk niks. Na twee weken namen we Jasmijn weer mee naar huis, doodsbang om het onbekende. Onze wereld was ingestort en we hadden alleen maar vragen.

Nu zijn we een stap verder. Het verdriet blijft, Jasmijn zal niet praten, zitten, staan, naast haar zusje hand in hand lopen, zal altijd slecht blijven eten, afhankelijk zijn van sondevoeding, medicijnen en de continue zorg van anderen. De diagnose is slecht, er zullen geen stappen vooruit worden gemaakt, we zijn blij als Jasmijn comfortabel is. Naar de toekomst kijken durven we niet, dus leven we dag voor dag. En dat gaat goed, we kunnen weer genieten van elkaar, van Eline en Jasmijn. We genieten weer van kleine dingen, met z’n viertjes kunnen fietsen, het badkamerritueel, de lieve klanken die Jasmijn laat horen, het schateren als ze gekieteld wordt, het gemopper van grote zus Eline als Jasmijn haar per ongeluk schopt, het gekroel van Eline met Jasmijn, wanneer Jasmijn weer rollebollend klem komt te zitten onder een kast, als ze uit enthousiasme haar tong uitsteekt, het gemopper van Jasmijn als het haar niet zint en waar we haar weer uit kunnen halen, het hmmm-geluid als ze geniet van een toetje, de onvoorwaardelijke liefde voor elkaar die we met zn viertjes ervaren.

Enjoy the little things in life because one day you will look back and realize they were the big things

Jolien Huijskens – trotse mama van Jasmijn en Eline

Maart 2014