Haan

Hard riep hij zijn naam: ‘Thijs, Thijs’! Het gezicht dat hij erbij trok sprak boekdelen. Hij was trots. Hij had al een keer mama gezegd, op moederdag, maar of hij echt zou gaan praten was een vraag. Er was zowieso op elk gebied heel moeilijk een prognose te geven. Kruipen, lopen, een rolstoel voortbewegen, een vorm van communicatie? Niemand die het ons kon zeggen. De feiten lagen er: een MRI met een flinke beschadiging, waardoor hij blind was en een EEG met heel veel onrust. Geen deskundige kwam verder dan: ‘je moet niet teveel van de toekomst verwachten’.

De medicatie deed wel wat, maar niet genoeg. Epileptische aanvallen en medicijnen verhinderden de ontwikkeling van onze mooie lieve Thijs. Tot we met het ketogeendieet begonnen. Wat een verschil! Zo boos als hij was omdat hij vond dat hij te weinig te eten kreeg, zo helder werd hij door de afname van de aanvallen. En toen heel langzaam de medicatie afgebouwd kon worden tot éénvierde van voorheen, kwam er een heel ander kereltje onder de sederende wattendeken vandaan.

Hij ontwikkelde een goed gevoel. Hij had zijn sensoren. Hij snapte dingen al voordat ze gebeurden. Zou hij ons dan toch verstaan? De hoop op communicatie bleef en werd gevoed door een enkel woordje, soms een dierengeluid. In dat laatste zou hij zich al gauw specialiseren. Een koe zei geen ‘boe’ maar ‘moehoeoe’. Een paard hinnikte écht en de kippen konden hem niet van een scharrelende metgezel onderscheiden. Honden waren er in verschillende soorten maar geen van hen zei ‘waf’. Thijs kopieerde met gemak een grote rotweiler en levensecht een klein keffertje. Ze keken er zelf van op.

Hij begint nu zijn gevoelens te verwoorden. ‘Beetje honger’ blijkt toch een beter middel dan de boel bijelkaar krijsen en mama moet maar koortsachtig uitzoeken wat de oorzaak is. We kijken elkaar vertederd aan als Thijs zich naast ons op zijn buik vleit en zegt ‘massage buik, lekker’. We lachen als we een knuffel krijgen en hij merkt fijntjes op ‘stinkt een beetje’. Sinds de Engelse begeleidster is zijn woordenschat in die taal bijna net zo groot als in zijn moedertaal. ‘First eat and then on the horse’ klinkt het bloedserieus tijdens het ontbijt. Even was er verwarring in huis toen hij ‘pik!’ riep (waar heeft hij dat nou weer vandaan?).  Gelukkig begon hij daarna te knorren zodat we wisten dat hij in zijn Engelse wereldje was. Zo ook rezen onze haren bij de herhaalde uitroep ‘sex!’. Totdat hij zijn liedje zong: ‘wan-too-tree-fô-faif-sex’.

Maar de best geplaatste opmerking van Thijs stamt nog uit de tijd van een enkel woordje en de dierengeluiden. We kwamen terug uit warmere oorden om te landen in een wit Duits landschap. Het vliegveld was net weer open na twee dagen te veel sneeuw. We zagen vaag de lichten van de landingsbaan van Frankfurt door een dichte mist. Tot vlak aan de grond zaten we in de wolken. Iedereen hield zijn adem in. De landing was gelukkig prachtig en een groot applaus van opluchting vulde de ruimte. Gekraak van de intercom deed de passagiers aandachtig luisteren. De gezagvoeder was hoorbaar opgelucht: ‘We have landed on-time, welcome to Frankfurt-Hahn’.In de stilte die volgde, produceerde Thijs een prachtige kraai. Niet van kukeleku, maar zoals een echte haan: Kukukuhuuuuu. Heel hard. Iedereen lachte. Het was de mooiste haan die ik ooit gehoord heb.